In de module digitale didactiek was het de bedoeling dat we een les zouden bezoeken en daar met behulp van het observatieformulier didactisch redeneren de les zouden beoordelen. Er was een school die we zouden kunnen bezoeken en het bezoek zou op 27 februari zijn. Voor mij was het helaas niet mogelijk die dag mee te gaan omdat ik op vakantie was (ik woon in een andere regio (midden) en daar viel de vakantie een week later).
Ik had vervolgens geregeld dat ik een les bij kon wonen van een oud-collega en daar keek ik erg naar uit aangezien zij bezig is met het ontwikkelen van een leerlijn robotica op het vmbo. Helaas gooide het coronavirus roet in het eten, de geplande afspraak op 17 maart kon niet door gaan. En in verband met de op heel korte termijn nieuwe manier van lesgeven en alle drukte die dat met zich meebracht, was het ook niet mogelijk de afspraak te verplaatsen.
Uiteindelijk heb ik een onlineles van een collega bijgewoond. Via Microsoft Teams (waar we op school mee werken) kon ik makkelijk aan de les deelnemen en zien wat zij met haar leerlingen besprak. Ook heb ik de reacties van de leerlingen kunnen zien in de chat en heb ik kunnen horen wat zij zeiden tijdens de onlineles.
Het is me opgevallen dat de leerlingen allemaal op tijd aanwezig waren voor de les en dat zij actief deelnamen door het stellen van vragen en het reageren via de chat. Het was wel duidelijk dat de chat een dubbele functie had, enerzijds voor het beantwoorden van vragen en tegelijkertijd voor het uiten van commentaar door de leerlingen. Zij maakten regelmatig opmerkingen die niet met de les te maken hadden, dit gebeurde overigens alleen in de chat en niet in de vragen die de docent stelde. Zelf heb ik deze ervaring niet met mijn leerlingen, ik denk dat leerlingen zich vrij voelden om zo te reageren omdat de docent nog weinig ervaring heeft (zij is een stagiare) en niet reageerde op de opmerkingen van de leerlingen.
Iets anders wat me opviel was dat de leerlingen helemaal gewend waren aan de het werken via Microsoft Teams, de docent deelde haar powerpointpresentatie via Teams en de leerlingen konden deze allemaal zien. De leerlingen leken dit goed te kunnen volgen, er waren geen vragen, maar wel positieve reacties op de vraag of ze de opdracht konden zien, en ook of ze deze begrepen. Er werden wel vragen gesteld over de ELO (de elektronische leeromgeving) toen de docent aangaf dat ze de leerlingen daar de beoordelingsrubric konden vinden, gaven een aantal leerlingen aan dat ze moeite hadden met het vinden van documenten op de ELO. De docente loste dit handig op door vervolgens haar scherm te delen met de leerlingen en ze te laten zien waar ze het document konden vinden.
Uit de theorie van ICT-didactisch redeneren heb ik geleerd dat er drie types ICT-gebruik in de lessen zijn, namelijk essentieël, ondersteunend en niet-essentieël (Voogt et al., 2015). Wellicht werpt de coronacrisis ook een nieuw licht op deze theorie want om contact te hebben met leerlingen was het gebruik van een platform (Microsoft Teams) waarbinnen leerlingen met de docent en met elkaar kunnen communiceren wel essentieël. De presentatie die de docent liet zien en het YouTube-filmpje waren ondersteunend, zij gaven de leerlingen duidelijkheid over wat er nu precies van hen verwacht werd. De ELO is ook ondersteunend, hoewel de leerlingen een duidelijk platform nodig hebben waar zij opdrachten kunnen vinden en inleveren is het niet essentieël. Je zou hier ook andere manieren voor kunnen vinden.
De les van mijn collega heb ik beoordeeld met een observatielijst. Ik ben hierdoor kritischer gaan kijken naar welke vormen van ICT er allemaal in de les gebruikt worden en op wat voor manier deze ingezet werden. Het maakte me ook bewust of het ICT-gebruik essentieël, ondersteunend of niet-essentieël was. Dit heeft me opgeleverd dat er eigenlijk al heel snel van ICT-gebruik sprake is (bijvoorbeeld een YouTube-filmpje) en dat het goed is om kritisch te kijken naar de functie ervan.
De gesprekken met de leerlingen hebben me het inzicht gegeven dat er binnen een klas een grote variatie is van digitale geletterdheid, al te vaak wordt er vanuit gegaan dat kinderen ICT-gebruik allemaal wel snappen en begrijpen terwijl dit lang niet altijd het geval is. Op het moment dat ik de les observeerde hadden de leerlingen er al een maand met Microsoft Teams opzitten en hadden zij geen problemen met het binnenkomen van de onlineles en het volgen van de gedeelde presentatie. Zij gaven echter in de gesprekken aan dat dit de eerste weken niet zo was, velen van hen vonden het lastig om te weten waar nu precies alles zich afspeelde. Met de ELO was dit overigens nog steeds het geval, de leeromgeving werd door leerlingen heel verschillend beleefd en ervaren. Sommige vonden het overzichtelijk en fijn dat ze opdrachten makkelijk terug konden vinden en dat er een centrale plaats was om de producten in te leveren. Andere leerlingen gaven aan dat ze de indeling van de docent onoverzichtelijk vonden en dat ze moeite hadden met het uploaden van producten.
Kortom, ondanks dat het niet mogelijk was om een liveles bij te wonen heb ik toch veel geleerd van de onlineles van mijn collega, heb ik veel interessante reacties van leerlingen gehoord en heb ik geleerd dat kritisch kijken naar een les heel inzichtelijk en leerzaam kan zijn.
Literatuur:
Voogt, J., Braak, J., Heitink, M., Verplanken, L., Jaeger, K., & Fisser, P. (2015). Didactische ICT bekwaamheid nader
bekeken. Zwolle: Hogeschool Windesheim. Retrieved from https://ris.utwente.nl/ws/portalfiles/portal/5136960
Geen opmerkingen:
Een reactie posten